Debat “Zorg voor Jeugdzorg”

Wat kan jouw instelling, voor de jongere doen?

GroenLinks Enschede organiseerde op donderdag 11 september een debat over jeugdzorg.
Martin Dirksen, directeur Bureau Jeugdzorg Overijssel, Tof Thissen, voorzitter van de GroenLinks Eerste Kamerfractie en José Rooijers, plaatsvervangend districtschef van de politie Twente gingen met elkaar, maar vooral ook met het publiek het debat aan.
Richard Kokhuis, programmamanager Jeugd & Onderwijs van de gemeente Enschede, gaf een toelichting op het Enschedese jeugdbeleid.

Tof Thissen opende met een heel persoonlijke bijdrage waarin vooral naar voren kwam:” Wat kan jouw instelling, wat kun jij, voor de jongere doen?”
Hij betoogde dat het er op aan komt dat medewerkers van jeugdzorg zich meer met de jongere en z.n. zijn ouders moeten bezighouden, dan met de dossiers. Contact maken, mensen complimenteren, betrokkenheid tonen, niet alleen in woorden, maar vooral in daden. Dit om mensen te helpen, te worden wat ze willen zijn.

Martin Dirksen vertelde dat van kinderen van gescheiden ouders er 50 % meer bij jeugdzorg komen, dan kinderen waarvan de ouders bij elkaar zijn. Daarnaast vindt hij het een maatschappelijk onrecht, dat jongeren de school verlaten zonder een startkwalificatie (voor werk.)

José Rooijers vertelde dat politiemensen niet graag op vrijdagavond of zondagmiddag werken. Ze worden gevraagd voor oneigenlijke taken; kinderen van gescheiden ouders, die bij de andere ouder  op bezoek gaan of terug moeten, waarbij men graag de politie inschakelt. Het is echter eigen verantwoordelijkheid van de ouders.
Alcoholmisbruik is een ander probleem. José maakt zich ernstig zorgen over kinderen die op jonge leeftijd (onder de 16 jaar) alcohol drinken, m.n. als het veel is. Dit zijn de psychiatrische patiënten van straks.
Als kinderen bij de politie terechtkomen, is het te laat. Dan is er al veel schade aangericht.

Richard Kokhuis ging in op de aanpak in Enschede.
Daar wordt alles ingezet op preventie, zorgen dat kinderen niet bij een instantie terechtkomen.

Daarna betrok gesprekleidster Symone de Bruin de aanwezigen, veelal werkers in de jeugdzorg. Daarmee zijn zij de deskundigen die het beleid moeten uitvoeren. Zij lopen tegen beperkingen aan, zoals jonge mensen die de eigen regie moeten voeren over hun hulpverlening. Maar hiertoe niet in staat zijn. Of jongeren zonder ziekte inzicht, maar wel zelf verantwoording moeten dragen.
Ondertussen groeit de groep jongeren met een handicap.

Hoe komt het dat zoveel kinderen het niet redden? Ouders niet snappen wat school, jeugdzorg, politie willen?
Bij ontsporen van jongeren is de vrijblijvendheid van de maatregelen groot.
Meer drang en dwang toepassen? Maar hoe is dat te combineren met het vertrouwen schenken van hulpverleners aan jongeren? Naast hen willen staan?
Zo komen tal van problemen voor het voetlicht.

Een antwoord is zeker vroegtijdig ingrijpen. Hulpverlening die niet op elkaar wacht, maar verantwoording durft te dragen, die verder gaat dan de eigen taak.
Hulpverleners die openstaan voor wat ouders en jongeren zelf kunnen en daar op voortborduren. Waar mensen uit eigen omgeving worden ingezet om te ondersteunen.
Hulpverlening moet overlappend zijn en 24 uur per dag bereikbaar. Als ieder zich alleen op zijn eigen gebied met de jongere bezighoudt, blijven er gaten vallen. Dan worden dossiers belangrijker dan de mensen waar het om gaat.

De burger van nu moet zelf investeren in sociale zekerheid, dit niet alleen aan de overheid overlaten.
De burger is niet alleen consument van leefbaarheid, maar ook zelf de producent hiervan. Contact maken met elkaar, ervaringen delen en verantwoordelijkheid dragen zijn een deel van de oplossing.
Jeugdzorg blijft mensen werk, waar ook fouten gemaakt worden. Maar, als ieder zich inzet om te doen wat hij kan, is er heel veel te bereiken.

terug