|
Start > Laatste nieuws > Archief 2004 > Rapport VROM kraakt harde noten over rol Overijssel en Enschede bij brand Vredestein |
Word lid! | |
Rapport VROM kraakt harde noten over rol Overijssel en Enschede bij brand Vredestein23-01-2004 Deze week heeft VROM haar onderzoeksrapport ‘Kwaliteit vergunningverlening en handhaving Vredestein Enschede’ gepresenteerd. De belangrijkste conclusie uit het onderzoeksrapport is dat de milieuvergunning van Vredestein niet deugt. Het grondstoffenmagazijn van Vredestein zou al sinds 1992 moeten voldoen aan de CPR 15-2 richtlijn. Vredestein zou echter pas vanaf 1 januari 2004 gaan voldoen aan deze richtlijn. De GroenLinks fracties van Enschede en Overijssel vragen zich af hoe dit in vredesnaam mogelijk is. Beide fracties hebben inmiddels schriftelijke vragen gesteld. Het VROM rapport geeft aan dat met name de controle op de vergunningen zowel kwalitatief (inhoudelijk, onvoldoende integraal) als kwantitatief (te weinig) onder de maat is geweest. Twee zaken vallen hier op. De provincie heeft haar dossiers slecht op orde en handhaaft te weinig en kwalitatief onvoldoende in de periode 1991 – 2003. De gemeente voert in 1999 wel een integrale controle uit maar verzuimt vervolgens de CPR 15-2 richtlijn op te leggen. Vredestein is een aantal malen heen en weer geschoven tussen de provincie en de gemeente. Eerst was de gemeente verantwoordelijk, toen de provincie, toen de gemeente en nu weer de provincie. Volgens VROM is dat geschuif allerminst goed geweest. Daardoor werd steeds weer een nieuwe handhavingperiode gestart. De GroenLinks fracties stellen dat, indien de vergunning wel op orde was geweest en dus overeenkomstig de CPR 15-2 richtlijn, de consequenties van de brand bij Vredestein minder groot waren geweest. CPR 15-2 voorziet namelijk onder andere in een voorziening voor bluswateropvang. GroenLinks Overijssel heeft op 1 september 2003, vlak na de brand, aan Gedeputeerde staten, gevraagd waarom die voorziening er niet was. Antwoord: stond niet in de vergunning en hoefde daarom niet aanwezig te zijn. Dit lijkt een kip-ei redenering. GroenLinks concludeert in ieder geval, op grond van het VROM rapport, dat Vredestein zich aan de regels heeft gehouden maar dat die regels niet deugden. En wie waren verantwoordelijk voor die regels? Beurtelings de provincie Overijssel en de Gemeente Enschede. De fracties van GroenLinks zijn bezorgd over de huidige situatie rondom Vredestein. De Provincie Overijssel gedoogd nu de situatie zoalds die ook voor de brand bestond. De fracties plaatsen hun vraagtekens hierbij, vragen naar risico’s en mogelijke nodvoorzieningen om herhaling te voorkomen. Beide fracties hebben inmiddels schriftelijke vragen gesteld aan respectievelijk Gedeputeerde staten van Overijssel en het College van B&W van Enschede. De Enschedese vragen treft u bijgaand aan. ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ GROENLINKS ENSCHEDE Aan College van Burgemeester en Wethouders Postbus 20 7500 AA Enschede 23 januari 2004 Schriftelijke vragen, ex artikel 38 van het reglement van orde, inzake VROM rapportage ‘Kwaliteit vergunningverlening en handhaving Vredestein Enschede’. Geachte College, Gisteren, 22 januari 2004, zijn de resultaten gepresenteerd van het onderzoek, wat door VROM Inspectie regio Oost is uitgevoerd, naar aanleiding van de brand bij Vredestein. Wij hebben kennis genomen van de inhoud van het rapport en zijn geschokt door de conclusies. In het rapport worden harde noten gekraakt waar het de rol van de provincie Overijssel en gemeente Enschede betreft. Voor de fractie van GroenLinks aanleiding om de volgende vragen aan uw college te stellen. De, naar onze mening, belangrijkste conclusie uit het onderzoeksrapport is dat de milieuvergunning van Vredestein niet deugt. Het grondstoffenmagazijn van Vredestein zou, gezien de aard en hoeveelheden opgeslagen stoffen, al sinds 1992 moeten voldoen aan de CPR 15-2 richtlijn. Dit is cruciaal omdat die CPR 15-2 richtlijn voorziet in onder andere bluswateropvang. De Gemeente Enschede is in 1992 middels een circulaire op de hoogte gesteld van CPR 15-2. Daarin werd gesteld dat bedrijven, uiterlijk in 1995, hun opslagplaatsen conform CPR 15-2 aangepast zouden moeten hebben. Toch werd op dat moment nog een vergunning afgegeven door de Gemeente Enschede zonder de CPR 15-2 richtlijn op te nemen, terwijl de aard en omvang van de stoffen in het grondstoffenmagazijn wel bekend waren. Hoe is het mogelijk dat de Gemeente Enschede verzuimt heeft de vergunning van Vredestein kloppend te maken met de werkelijkheid? Ze had, reeds op grond van de bijlagen bij de aanvraag Hinderwetvergunning (1991) kunnen weten dat Vredestein moest voldoen aan de CPR 15-2 richtlijn. Kan de conclusie getrokken worden dat de vergunningverlening in die periode, bij de Gemeente Enschede, niet deugde? Bent u het met ons eens dat indien, conform de circulaire van het rijk, de vergunning van Vredestein uiterlijk per 1995, had voldaan aan de CPR 15-2 richtlijn de consequenties van de brand in augustus 2003 veel minder verstrekkend waren geweest als nu het geval is? Wij doelen dan met name op de afwezigheid van bluswateropvang. Uit het rapport van VROM blijkt dat de Gemeente Enschede al sinds 1992 op de hoogte was van de CPR 15-2 richtlijn. Op 1 september 2003 heeft GroenLinks naar aanleiding van de brand bij Vredestein uw College de vraag gesteld hoe het mogelijk is dat in deze tijden van milieu wet- en regelgeving, verontreinigd bluswater rechtstreeks af kan stromen naar het Twentekanaal. In uw beantwoording stelt u dat de, inmiddels vervallen, vergunning van Vredestein, geen bluswatervoorziening voorschreef en dat die dus ook niet aanwezig hoefde te zijn. Bent u met ons van mening dat dit antwoord, gelet op het rapport van VROM, onjuist is om de simpele reden dat de vergunning niet deugde? Bent u met ons van mening dat Vredestein zich wel aan de regels hield maar aan de verkeerde regels. En dat medeverantwoordelijkheid voor die verkeerde regels bij de Gemeente Enschede ligt? Het VROM rapport geeft aan dat de Gemeente Enschede, toen zij bevoegd gezag was, integrale controles heeft verricht bij Vredestein. Uit het rapport blijkt echter dat dit nooit heeft geleid tot het aanpassen van de vergunning, ook niet aan de CPR 15-2 richtlijn. De kwaliteit van de controle van kortom niet voldoende. Kunt u zich vinden in deze conclusie uit het VROM rapport? Hoe is het mogelijk dat bij een integrale controle niet geconstateerd wordt dat de vergunning en de werkelijke situatie niet voldoet aan de CPR 15-2 richtlijn? Kunt u garanderen dat de kwaliteit van de vergunningcontrole thans op orde is? Als gevolg van de brand bij Vredestein zijn grote hoeveelheden verontreinigd water in het Twentekanaal gelopen. Rijkswaterstaat heeft daarop besloten het Twentekanaal, deel Enschede – Hengelo, af te sluiten. Daardoor zijn een flink aantal bedrijven niet meer toegankelijk via water. Loopt de Gemeente Enschede een, financieel, risico op grond van het VROM rapport? Namens de GroenLinks fractie, Jelmer van der Zee terug |
|
|
| Deze site maakt gebruik van HTMLcms, CMS Content management systeem |