Bleker moet knelpunten sociale huurmarkt niet ontkennen en echt werk maken van doorstroming

27-01-2005

Reactie GroenLinks Enschede op kritiek wethouder Bleker en Woonplaatsdirecteur Catau op voorstellen voor bouw sociale koopwoningen:

Wethouder R. Bleker velt, voordat de raadsdiscussie over de Woonvisie in Enschede begonnen is, al een negatief oordeel over het plan van GroenLinks om meer goedkope, sociale koopwoningen te bouwen om hiermee de doorstroming op de sociale huurmarkt te stimuleren. In een reactie in Dagblad Tubantia beweert hij dat wij de plank misslaan omdat er voldoende goedkope huizen te koop staan in onze stad. De cijfers die hij noemt geven een vertekend beeld. Bleker heeft het over honderden goedkope koopwoningen in de prijscategorie tot 150.000 euro. Maar wij hebben het over koopwoningen tot 120.000 euro, passend bij de inkomens waar wij ons op richten (boven de huursubsidiegrens tot aan modaal). Van deze goedkope huizen zijn er in Enschede niet meer dan 130 in de aanbieding. Dat zijn hoofdzakelijk kleine flats en eengezinswoningen, deels met achterstallig onderhoud. De meeste zijn te vinden in een beperkt aantal wijken zoals Boswinkel.
Met dat kleine aantal koopwoningen lossen we echt de scheefgroei in de sociale huursector niet op. We hebben het over een paar duizend huishoudens in Enschede die gezien hun inkomen zouden kunnen doorstromen naar duurdere huizen. Daar moet een fiks aantal betaalbare (koop)woningen tegenover staan. GroenLinks berekent dat aantal op 100 tot 200 extra per jaar; dus bovenop de al te koop staande huizen.

Wij vinden het jammer dat PvdA-wethouder Bleker, verantwoordelijk voor uitvoering van het raads/collegeprogramma wonen", doorlopend signalen afgeeft dat het "wel meevalt met de knelpunten op de sociale woningmarkt". Van alle kanten wordt beweerd, ook door de woningcorporaties, dat er druk is op de voorraad goedkope huizen en dat er dringend behoefte is aan doorstroming. Bovendien staat dat ook klip en klaar in de programmabegroting van de gemeente die Bleker moet uitvoeren. Waarom ontkent hij dat toch steeds? Alleen al het feit dat zich per vrijkomende sociale huurwoning vaak meer dan 100 belangstellenden melden, zegt toch genoeg? Wie slaat hier nu de plank mis?
De wethouder kondigt in het Tubantia-artikel een paar ideeën aan die hij waarschijnlijk uit de woonvisie haalt die kennelijk nog in de maak is. Bleker heeft het over een speciale makelaar die huurders verwijst naar te koop staande goedkope huizen. Ook denkt hij aan uitstroompremies. Dat zijn best aardige suggesties die we goed kunnen meenemen in onze kaderstellende discussie over de Woonvisie. Maar dat geldt net zo goed voor onze voorstellen. Hopelijk wil sociaal-democraat Bleker hier met een open mind naar kijken. Meteen ideeën van anderen diskwalificeren doet een goede gedachtewisseling geen goed. En dat is jammer want GroenLinks wil met de notitie "Doorstromen tegen vastroesten" een positieve en constructieve bijdrage leveren aan de oplossing van een groot probleem op de sociale woningmarkt in Enschede.
In hetzelfde Tubantia-artikel komt ook directeur Catau van woningcorporatie De Woonplaats met kritische opmerkingen.
Hij veronderstelt dat nieuwbouwwoningen van 80.000 tot 120.000 euro van slechte kwaliteit zijn. Dat is niet zo. De hamvraag is: hoeveel wil je verdienen als corporatie, projectontwikkelaar en aannemer aan de verkoop van die huizen? Dan heb je het over rendement en winstmaken. GroenLinks stelt dat de winstmarges op sociale koopwoningen klein zijn. Dan kun je nog best goede kwaliteit leveren maar je wordt er niet rijk van. Juist woningcorporaties zijn bij uitstek op aarde om te zorgen voor sociale woningbouw.
Dat kunnen, naast huurwoningen ook sociale koopwoningen zijn. Zeker als de gemeente goedkoop de grond levert zijn betaalbare nieuwbouwwoningen absoluut haalbaar.
Catau wil liever zijn huurwoningen verkopen aan zittende huurders. Dat is logisch want corporaties hebben de inkomsten nodig om andere projecten te financieren. Ze moeten immers de eigen broek ophouden. GroenLinks wil een stapje verder gaan door de koper van deze huurwoningen te verplichten om bij doorverkoop de winst te delen met de woningcorporatie. Zo gaan we speculatie tegen en krijgt de woningcorporatie een extraatje die gebruikt kan worden voor nieuwe bouwactiviteiten. Ook wij vinden dat mensen in hun eigen buurt moeten kunnen blijven. Wij zijn het eens met Catau dat zo de leefbaarheid en de sociale samenhang bevorderd wordt. Juist om die reden stelt GroenLinks voor om goedkope koopwoningen te bouwen in herstructureringswijken waarbij buurtbewoners voorrang krijgen. Dat betekent een extra impuls voor de leefbaarheid. GroenLinks heeft net als de Woonplaatsdirecteur geen behoefte aan rompslomp met nieuwe subsidiestelsels. GroenLinks houdt het juist simpel. De gemeente verhoogt de vierkante meterprijs van vrije sectorbouwkavels met een paar euro en gebruikt de opbrengst voor twee doelen: als dekking voor mogelijk verlies op de grondprijs voor sociale koopwoningen en als financieringbron voor een vorm van koopsubsidie (dat overigens lijkt op Blekers idee voor een uitstroompremie).

Wij hebben de indruk dat de heer Catau onze notitie niet kent. GroenLinks raadt hem aan deze alsnog te lezen. En dan met ons en met de Raad de discussie aan te gaan. De Woonplaats heeft als marktleider in Enschede een bijzondere positie en verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van de sociale woningbouw. GroenLinks ziet graag dat we met een paar proefbouwprojecten van start gaan: één voor pas afgestudeerde jongeren en één gericht op de categorie 55+. Het zou prachtig zijn als juist De Woonplaats als innovatieve organisatie het voortouw neemt. De heer Catau houdt van uitdagingen en profileert zich graag als vernieuwer op de sociale woningmarkt. GroenLinks geeft hem en De Woonplaats een voorzet voor open doel.

René Tenkink, namens raadsfractie en werkgroep fysiek GroenLinks Enschede

terug