Brussel gunt de steden meer vrijheid dan Den Haag

22-05-2007

De Nederlandse regering wil het bus-, tram- en metrovervoer in steden privatiseren en openbaar aanbesteden. GroenLinks vindt dat het binnenlandse openbaar vervoer buiten de vrije markt moet worden gehouden. De verordening personenvervoer, die het Europees Parlement 10 mei 2007 goedkeurde, biedt ruimte om het stedelijk openbaar vervoer in overheidshanden te houden.

De verordening, die vermoedelijk ook door de Raad van Ministers zal worden goedgekeurd, geeft nationale overheden de vrijheid om onderhandse gunning van gemeentelijk openbaar vervoer toe te staan. Den Haag wil de liberalisering van dit deel van het openbaar vervoer echter doorzetten. Staatssecretaris Huizinga van Verkeer & Waterstaat zei onlangs tegen de Tweede Kamer dat de openbare aanbesteding van openbaar vervoer in de steden verplicht wordt gesteld door Europa. Dit is niet waar. Zij zette daarmee de Tweede Kamer op het verkeerde been. De Europese Unie laat de lidstaten juist vrij om dit deel van het openbaar vervoer door gemeentebedrijven te laten uitvoeren.

In 2000 wilde de Europese Commissie een aanbestedingsplicht invoeren voor het stedelijk openbaar vervoer. In datzelfde jaar werd in Nederland de Wet Personenvervoer aangenomen door de Tweede Kamer. Deze wet liep vooruit op de verwachte Europese aanbestedingsplicht. Nu de Europese Commissie onder druk van het Europees Parlement afziet van een openbare aanbestedingsplicht, is er alle reden voor Den Haag om de Wet Personenvervoer te herzien. Het argument dat Brussel de liberalisering van het openbaar vervoer in steden afdwingt is niet langer houdbaar.

Volgens de Nederlandse wet Personenvervoer moeten steden hun gemeentelijke openbaar-vervoerbedrijven omvormen tot commerciële ondernemingen om ze vervolgens met andere marktpartijen te laten concurreren om vervoersopdrachten. In steden is veel weerstand tegen de liberalisering van hun openbaar vervoer. Veel burgers en lokale politici vinden dat kwalitatief hoogwaardig en betaalbaar openbaar vervoer het best te waarborgen valt door de trams, bussen en metro’s in overheidshanden te houden. Het Europees Parlement en de Europese Commissie hebben oor gehad voor dit standpunt. De gemeenten weten prima zelf hoe ze hun openbaar vervoer moeten organiseren.

Door de liberalisering krijgt de gemeenteraad minder grip op de dienstverlening aan de reizigers, de kosten worden hoger en de kwaliteit neemt af. Iedereen wordt er slechter van, behalve de directie die zijn salaris ziet stijgen.

De verordening schrijft de EU-landen helaas niet voor om hun gemeenten keuzevrijheid te geven. Ze mogen het wel. Er tekent zich in de Tweede Kamer een meerderheid af om de openbare aanbesteding in het stedelijk vervoer niet door te voeren. Hopelijk zal de Tweede Kamer de Wet Personenvervoer snel wijzigen en de gedwongen liberalisering stoppen. Vooralsnog moeten wij vaststellen dat Brussel steden meer vrijheid gunt dan Den Haag. Het lijkt erop dat Europa de lessen van de Grondwet-referenda daarmee serieuzer neemt dan Nederland.

Joost Lagendijk europarlementslid voor GroenLinks

Mariska van Heijster gemeenteraadslid Enschede voor GroenLinks

terug