Eerste kaders WMO meegegeven

09-01-2007

Na een intensieve verkenningsperiode door de raad, vond op 11 december 2006 een eerste kaderstellend debat plaats over de Wet Maatschappelijke Ondersteuning in Enschede.

De woordvoerders van de partijen gaven in een introductie aan wat de visie van hun partij is op de WMO, en gingen daarna in op vier belangrijke thema’s binnen die WMO: de woonservicegebieden, het zorgloket, mantelzorg en vrijwilligers en verantwoordelijkheid en vrijheid.

Als GroenLinks vroegen we meer aandacht voor de preventieve kant van welzijn (o.a. voor jeugd en opvoedingsondersteuning), meer aandacht voor zelfredzaamheid en de eigen regie van mensen, meer ruimte voor maatwerk, maar ook blijvende aandacht voor de groepen die zich minder goed zelf redden. En daarnaast ook het zoveel mogelijk aan de slag dicht bij de mensen, in de buurten en de wijken. Wat GroenLinks betreft is investeren in die sociale samenhang en leefbaarheid in de buurten en wijken, in het meedoen van mensen aan de samenleving de belangrijkste doelstelling van de WMO.

Als GroenLinks hebben we concreet ingezet op een brede invulling van het zorgloket (motie 4), op een wijkgerichte aanpak van de WMO binnen de woonservicegebieden, waar bewoners en betrokkenen een belangrijke rol hebben (motie 3), op een goede ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers (motie 5), en op een goede (onafhankelijke) bewaking van de effecten en de kwaliteit van de hulpverlening, met daarin een belangrijke rol voor belangenorganisaties (motie 6). Alle ingediende moties werden breed ondersteund.

In totaal werden er 13 moties aangenomen, met verder uiteenlopende thema’s als indicering, de invloed van de WMO op andere programmalijnen, effect van persoonsgebonden budgetten, het belang van welzijn en preventie. Met deze kaders gaat het College nu aan de slag om een beleidsplan te ontwikkelen. Hier praten we rond de zomer 2007 verder over. Ondertussen zal er op verschillende thema’s doorgepraat worden, en zal bijv. het protocol gebruikelijke zorg wat gebruikt wordt bij de indicatiestelling geëvalueerd worden.

Marieke Arends

terug