Manifest bezorgde GroenLinksers over koers, imago, partijcultuur10-04-2007 Een groep bezorgde GroenLinksers levert in een manifest kritiek op de huidige
koers, het imago en de partijcultuur. Het manifest is bedoeld als fundament voor
de discussie die uiteindelijk zal uitmonden in een nieuw beginselprogramma eind
2008.
Het is belangrijk dat ook zoveel mogelijk GroenLinksleden kennis nemen van het manifest
en meedoen aan het partijdebat. De eerste ronde voor ons begint op zaterdag 14 april.
Dan is er een GroenLinksdiscussie in Deventer. Dat wordt gehouden in het Burgerweeshuis
aan de Bagijnenstraat 9 en begint om 10.30 uur.
Hieronder de hele tekst van het manifest:
Wij zijn bezorgd en kritisch over een aantal ontwikkelingen binnen GroenLinks, de
partij waar wij voor gekozen hebben om Nederland -en de wereld- socialer, groener
en toleranter te maken. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november 2006
heeft GroenLinks verloren. Dat was geen incident. Vanaf 1998 is er helaas een voortdurend
dalende lijn te zien bij landelijke verkiezingen: van 11 naar 10 naar 8 naar 7 zetels
in 2006. De laatste verkiezingen (7 maart 2007, Provinciale Staten en - indirect
– Eerste Kamer) heeft deze trend niet gekeerd. Dat baart ons zorgen. Dat moet álle
GroenLinksers zorgen baren. Want GroenLinks is in 1989 voortgekomen uit vier
linkse partijen, die tot de conclusie kwamen dat een nieuwe politieke formatie nodig
was om het Nederlandse politieke landschap voorgoed een ander aanzicht te geven.
Om hét groene en linkse alternatief te zijn voor al die kiezers die vonden
–en vinden- dat de PvdA naar rechts helt, het CDA het rentemeesterschap verkwanselt
en D66 geen sociale agenda heeft. Deze politieke plaatsbepaling van GroenLinks
als hét groene en linkse alternatief is aan forse erosie onderhevig. De koers
die GroenLinks het laatste jaar is ingeslagen, roept bij velen vragen op. Het imago
wordt in toenemende mate als elitair ervaren. En de partijcultuur is steeds minder
open en democratisch dan het naar buiten toe schijnt en laat daardoor steeds meer
krachten en kwaliteiten in de partij onbenut.
Dit manifest beschouwt koers, imago en partijcultuur nader en doet voorstellen om
het tij te keren. Wij begrijpen heel goed dat er ook externe factoren zijn die hun
invloed hebben op het politieke klimaat en de positie van GroenLinks daarin. Zoals
de nationalistische, xenofobe golf die Nederland sinds 2001 heeft overspoeld. En
dat GroenLinks met haar kosmopolitische inslag tegen de stroom in roeit, zonder
daar electoraal voor beloond te worden. Dat moge deels zo zijn. Maar dat is geen
alibi om niet kritisch naar je zelf te kijken.
In dit manifest leggen wij de nadruk op onze zorgen en kritiek. Wij begrijpen heel
goed dat daarmee geen recht wordt gedaan aan het totaal van GroenLinks activiteiten
en de mensen die zich daarvoor inzetten, waaronder trouwens ook wijzelf. Het is
echter diezelfde bezorgdheid die ons ertoe brengt ons op deze wijze te uiten in
de hoop dat er écht iets verandert waardoor iedereen weer tot zijn recht
komt en GroenLinks haar élan hervindt.
zorgen over koers van GroenLinks
GroenLinks is –gelukkig- een partij die oude standpunten tegen het licht van de
actuele ontwikkelingen houdt. Met het verschijnen van het manifest Vrijheid Eerlijk
Delen heeft de Tweede Kamerfractie gepoogd om nieuwe antwoorden te vinden op ‘hoe
verder met de verzorgingstaat’. Terecht werd gesteld dat het onbevredigend is om
als GroenLinks steeds de laatste versie van de Nederlandse verzorgingsstaat, waar
nu al 25 jaar door rechtse en paarse kabinetten aan is gesleuteld, geschaafd en
vertimmerd, als het meest wenselijke model te beschouwen. En dat het tijd is voor
een nadruk op de GroenLinks-benadering, namelijk dat mensen emanciperen door te
participeren. Tot dusver niets aan de hand. Maar in de verdere analyses en voorstellen
die werden gedaan, ontluiken de contouren van een vrij fundamentele koerswijziging. Kortweg
gezegd komt het er op neer dat te veel nadruk wordt gelegd op het individuele, te
weinig op gemeenschapszin, te veel op zelfredzaamheid, te weinig op solidariteit.
Er wordt een tegenstelling gecreëerd tussen jongeren en ouderen en tussen insiders
en outsiders op de arbeidsmarkt. De rol en positie van de vakbeweging als bondgenoot
in de strijd voor linkse, sociale doeleinden wordt bekritiseerd. Het ontbreekt aan
enige analyse hoe dominant sociaal-economische verhoudingen zijn in de maatschappij.
Eenzijdig wordt de nadruk gelegd op arbeid als middel tot zelfontplooiing. Flexibilisering
van arbeidsvoorwaarden wordt bepleit. Evenals een actief beleid om werklozen en
bijstandsgerechtigden via participatie en scholing aan het werk te krijgen, op zich
geen nieuw punt voor GroenLinks, maar wél nieuw is dat dit voor alle categorieën
van mensen verplicht wordt gesteld. In het manifest ontbreken ook belangrijke
zaken. Zoals de relatie met de Derde Wereld en kritische analyse van de globalisering,
de noodzaak van herverdeling en het ter discussie stellen van de consumptiemaatschappij. Het
manifest werd –terughoudender- vertaald in het verkiezingsprogramma, waarvan het
congres in oktober 2006 vervolgens bij enkele voorstellen de scherpste kantjes er
af haalde. Maar de bedoeling van dit manifest blijft daarna recht overeind, zowel
in de wijze waarop de top van de partij er mee om gaat, als in de beeldvorming van
GroenLinks in de media. En dus ook bij de kiezers. Wij vinden dat een dergelijke
fundamentele koerswijziging- door velen uitgelegd als een stap naar het politieke
midden - een fundamentele analyse van de sociaal-economische verhoudingen verdient
en een partijbreed debat over hoe GroenLinks daarop reageert. Wij vinden dat de
discussie in de volle breedte en diepte moet worden gevoerd.
Maar het debat moet over méér zaken gaan: de relatie met de Derde
Wereld en een kritische analyse van de globalisering; de noodzaak van herverdeling;
ons antwoord op de uitdijende consumptiemaatschappij en de ruimte die GroenLinks
wil geven aan de markt. Het moet gaan over de houding ten opzichte van de Europese
Unie: GroenLinks profileerde zich als de grootste voorstander van het grondwettelijk
verdrag van alle partijen, maar bijna de helft van het electoraat en een aanzienlijk
deel van de leden stemden tegen. Reflectie daarop is er nog niet geweest. Het
moet ook gaan over waarom GroenLinks er niet in slaagt de onvrede in de publieke
sector (m.n. onderwijs en gezondheidszorg waar bureaucratie en managers de professionals
frustreren) te verbinden met de agenda voor een nieuwe democratische cultuur die
is ontwikkeld. Tenslotte moet het debat gaan over de plaats die GroenLinks
geeft aan het oorspronkelijke kernpunt: milieu. Hét politieke onderwerp waar
GroenLinks de vanzelfsprekende ‘eigenaar’ van behoort te zijn. Toch dreigt het ook
hiermee mis te gaan. Het milieu is plotseling weer ‘in’, maar helaas was GroenLinks
er niet klaar voor om het milieu op zo’n manier te agenderen dat kiezers dit ook
zien en honoreren. Milieu is méér dan alleen infrastructuur. Het gaat
ook om de internationale context, water en natuurbehoud. Het gaat om de bedreiging
van de planeet in haar biodiversiteit. Het gaat erom dat vooral de armen in de gevarenzones
terecht komen. Het unieke van GroenLinks is dat Groen en Links onverbrekelijk met
elkaar verbonden zijn. Voor een groene politiek is een andere economie nodig. Niet
gedomineerd door de tucht van de markt, maar door de verleiding van de kwaliteit.
Niet gestuurd door machtige kapitaalstromen, maar door een democratisch samenspel
van deelbelangen. Niet opgejaagd door consumptiedwang en arbeidsethos, maar door
verantwoord consumeren en een ontspannen werksfeer. Deze onlosmakelijke samenhang
lijkt naar de achtergrond te verdwijnen.
zorgen over imago GroenLinks
Het imago van een politieke partij komt niet uit de lucht vallen. Programma, toonzetting
en prioriteiten van prominente woordvoeders, praktische politieke opstelling, keuze
waarop de feedback van de eigen standpunten plaatsvindt, verbinding zoeken tussen
eigen voorstellen en wat leeft onder de bevolking: dat alles bij elkaar schept een
imago. In een verkiezingscampagne kan dat imago hooguit nog worden versterkt. De
campagne die bij de laatste verkiezingen is gevoerd zat goed in elkaar en oogde
hip. De campagne paste prima bij het beeld dat de partijtop op wilde roepen. Maar
daar zit voor velen ook uitgerekend het probleem. De campagne richtte zich op doelgroepen,
die door bureau Motivaction worden gedefinieerd naar hun levensstijl en waardenpatroon.
Hedonisten en kosmopolieten zouden zich aangetrokken voelen door GroenLinks en dus
moet de campagne zich op dit mensentype richten. Niet alleen een intellectuele,
maar ook een elitaire uitstraling is daarvan het gevolg. Dit imago sluit goed
aan bij het optreden van GroenLinks in de Tweede Kamer. GroenLinks is er terecht
trots op dat het kwaliteit levert met de voorstellen die het doet. Maar deze voorstellen
hebben een vrij abstract en ambtelijk-parlementair karakter. Goedkeuring van het
CPB wordt als hoogste goed beschouwd, terwijl dat niet veel kiezers interesseert,
dus geen item in de campagne is en de doorberekening een dag na de verkiezingen
bij het oud papier belandt. Er wordt veel kostbare energie gestoken in het van bovenaf
bedenken hoe het verder moet met Nederland. Om op sociaal-economisch gebied te blijven:
uit alle onderzoeken blijkt dat de aanpak van de kabinetten Balkenende door een
meerderheid van de Nederlanders wordt afgewezen. Mensen worden moe van de neo-liberale
aanpak, de voortgaande introductie van marktwerking, het achterblijven van kwaliteitsimpulsen
in de zorg en het onderwijs. In plaats van met intelligente, concrete voorstellen
voort te borduren op deze kritiek, komt GroenLinks met een ingewikkelde, schematische
blauwdruk, die niet herkenbaar is voor de mensen waar het om gaat. En die bovendien
niet met andere partijen tot een vruchtbare of spannende discussie leidt, waardoor
het, nota bene in verkiezingstijd, langs zijn politieke doel heen schiet. Hier
wreekt zich ook dat contacten met allerlei maatschappelijke bewegingen op een laag
pitje staan. Zij worden niet als bondgenoten gezien in een gemeenschappelijke strijd.
Hoewel hier vele GroenLinksers in actief zijn (vakbonden, milieubeweging, derde
wereldgroepen enz.) wordt van hun deskundigheid niet of te weinig gebruik gemaakt. Deze
aanpak leidt er ook toe dat belangrijke ingrediënten van een gewenst politiek
imago, zoals warmte en emotie, nauwelijks aanwezig zijn. Die warmte is zeker voor
mensen die zekerheid zoeken belangrijk. Het nieuwe sociaal-economische programma
haalt het meest overhoop van alle partijen, en dus is dit het meest linkse programma,
zo luidt de redenering. Maar het is natuurlijk zeer de vraag of ‘het meest overhoop
halen’ een graadmeter is voor de mate van linksheid. Er wordt ook geen moeite gedaan
om deze voorstellen zo te presenteren dat ze begrijpelijk zijn voor de mensen om
wie het gaat. Dit alles draagt bij aan een imago dat voor grote groepen mensen,
die juist van een linkse partij een reëel en herkenbaar perspectief op een
beter leven verwachten, niet aantrekkelijk is. Voorts is er een aversie tegen
populisme. Maar een vorm van populisme hoor in de gereedschapskist van iedere politieke
partij te zitten. Het gaat er natuurlijk om welke inhoud achter dat populisme schuil
gaat. Met het hiervoor geschetste imago verover je geen kiezers, maar vervreemd
je je van hen. De stembusuitslag leverde het bewijs. GroenLinks groeide in welgestelde
witte slaapgemeenten en dito wijken van universiteitssteden, maar verloor in de
rest van het land.
zorgen over partijcultuur GroenLinks
Niet alleen het beleid, maar ook het imago en de koerswijzigingen worden door een
zeer klein groepje mensen bedacht en geregisseerd. Er zijn nauwelijks serieuze pogingen
om tijdig een goede feedback te verzorgen - dat gebeurt hoogstens achteraf, in debatten
waarvan de verslaglegging goeddeels ontbreekt. Werkgroepen binnen GroenLinks
worden bij die besluitvorming zelden betrokken. Met maatschappelijke bewegingen
is nauwelijks nog vruchtbaar contact. En zelfs bij lokale en provinciale verkiezingen
zet het landelijke campagneteam de toon. Zo wordt deskundigheid in de partij, toch
in vele soorten en maten aanwezig, te weinig aangeboord. Dat frustreert, doet mensen
afhaken en leidt tot verdere verschraling. Dit leidt tot een verwijdering tussen
met name de Tweede Kamerfractie en grote delen van het actieve kader, tot groeiende
onvrede en het ingraven in eigen posities. Critici van de nieuwe koers worden weggezet
als zeurkousen die in het verleden leven. De exclusiviteit van het eigen gelijk
wordt gekoesterd en verdedigd. Van een debatcultuur die leidt tot breed gedragen
besluiten is zo steeds minder sprake.
De partijorganisatie, het partijbureau in Utrecht, is mede op initiatief van de
Tweede Kamerfractie, de laatste jaren geprofessionaliseerd. Die professionalisering
is op zich een goede zaak. Maar de huidige leidinggevenden kennen het politieke
handwerk niet of nauwelijks uit eigen ervaring. De richting van de dienstverlening
is als gevolg daarvan langzaam maar zeker verplaatst. Niet de afdelingen, raadsfracties
of werkgroepen staan centraal maar de koers van de Tweede Kamerfractie. Het Wetenschappelijk
Bureau leverde met haar bundel ´Vrijheid als ideaal´ de grondstof voor
´Vrijheid eerlijk delen´. Het maandblad ´De Rode Draad`, dat lokale
ervaringen bundelde en daarmee beschikbaar maakte voor andere fracties en afdelingen,
is opgeheven, zonder dat het kader daar in is gekend. De beloofde alternatieven
zijn er nog steeds niet. De afdeling partijontwikkeling, die lokale afdelingen ondersteunde
en een belangrijk aanspreekpunt was op het partijbureau, is opgeheven. Voor het
kader is het niet altijd duidelijk wie waar nu voor verantwoordelijk is. De actiecoördinator,
die GroenLinks op transparante en herkenbare wijze moest verbinden met allerlei
buitenparlementaire acties, is gefrustreerd opgestapt. Wel is er een Permanente
Campagne gekomen, die wordt gedomineerd door mensen en wensen van de Tweede Kamerfractie.
Terwijl in een Permanente Campagne juist de activisten in de partij gemobiliseerd
moeten worden Scholing van (nieuwe) leden in de geschiedenis, de bronnen en
het gedachtegoed van GroenLinks vindt niet plaats. GroenLinks is in belangrijke
mate een vrijwilligersorganisatie. De ‘gewone’ leden zijn het sociale kapitaal van
de partij en het is van niet te onderschatten waarde hoe belangrijk het is dat de
infrastructuur van de partij erop gericht is zoveel mogelijk vrijwilligers bij het
partijwerk te betrekken.
Het partijbestuur is ingekrompen tot zeven leden, die alleen op de winkel passen,
en geen politieke agenda ontwikkelen. Er zijn geen partijbestuursleden meer die
belast zijn met onderwerpen als sociale zekerheid, volkshuisvesting, vredesbeleid,
derde wereld, milieubeleid. Daardoor ontbreekt voor het partijbestuur elke urgentie
om op deze belangrijke terreinen het actieve kader te inspireren en verbindingen
te zoeken met maatschappelijke bewegingen. De congressen zijn steeds meer kandidaten-stemapparaten
en applausmachines voor de partijleider. De ruimte voor discussie over te nemen
besluiten wordt steeds meer ingekort. En het Forum - ooit dé gelegenheid
om over heikele onderwerpen van gedachten te wisselen - vond de laatste –vederlichte-
aflevering plaats in 2004, vóór het referendum over de Europese Grondwet. Het
politieke zwaartepunt intussen ligt bij het strategisch beraad, de denktank van
de GroenLinks. Dit beraad functioneert niet transparant en legt aan congres noch
partijraad verantwoording af . De Tweede-Kamerfractie voert er de boventoon, gesecondeerd
door vertegenwoordigers van partijbestuur en Europese- en Eerste-Kamerfracties. Een
van de weinige plaatsen waar nog op zinvolle en objectieve wijze aandacht wordt
gegeven aan de kritische geluiden die binnen de partij leven is het GroenLinks Magazine. Kortom
de partijcultuur in GroenLinks is ver-Den Haag-d, ééndimensionaal,
top-down en gesloten. De manier waarop besloten is niet deel te nemen aan de kabinetsformatie
is hiervan een voorbeeld. Een ander voorbeeld is de weinig dynamische partijwebsite,
die gespeend is van elke interactiviteit. Een partijbrede agenda ontbreekt, evenals
de namen van GroenLinks vertegenwoordigers in gemeenteraden en provinciale staten.
Als actiemiddel is de website onbruikbaar. De startpagina wordt geheel gedomineerd
door uitsluitend parlementair nieuws van de Tweede Kamerfractie.
Wij willen dat GroenLinks zich herpakt
Er moet een herbezinning plaats vinden op koers, imago en partijcultuur. Het partijbestuur,
dat aanvoelt dat er iets moet gebeuren, heeft aangekondigd een discussie te starten
over plaatsbepaling, strategie en partijcultuur, die uitmondt in een amendeerbaar
congresstuk dat in 2008 vastgesteld moet worden. Voor de opzet van deze discussie
is een tamelijk ingewikkelde structuur bedacht, maar daar willen we het verder niet
over hebben. Belangrijker is dat dit een open discussie wordt, waarin de bereidheid
bestaat om kritisch te reflecteren. Uit dit Manifest blijkt wat onze zorgen en kritiekpunten
zijn en deze zullen op een productieve wijze aan de orde moeten komen.
Wat betreft de koers van GroenLinks: de onverbrekelijke band tussen groene en linkse
politiek moet centraal staan. De sociaal-economische visie moet opnieuw ter discussie
komen. Milieu is ons unieke profileringpunt, maar hier moet de omslag naar meer
aansprekende activiteiten op een breder terrein gemaakt worden.
GroenLinks moet haar gave om verder reikende perspectieven te bieden zó verder
ontwikkelen dat deze ook vertaald kunnen worden in tot de verbeelding sprekende
oplossingen die herkenbaar zijn voor mensen waarvoor GroenLinks opkomt. Niet alleen
voor de geëmancipeerde Zelfstandige Zonder Personeel, die het uitstekend zelf
redt, maar voor de productiemedewerkster, de call-center telefonist, de werkloze
en arbeidsongeschikte. Die voorstellen zijn alleen kansrijk als ze een basis bieden
voor coalities met maatschappelijke bewegingen en andere linkse partijen. Want een
geïsoleerde positie leidt tot verdere verschraling. Voorstellen die emotie
opwekken omdat het kritiek en woede over grote maatschappelijke onrechtvaardigheid
vertaalt in een strijdbare politiek. Kortom: ‘Knokken voor wat kwetsbaar is’.
Maar ook op andere terreinen die richting geven aan de koers van GroenLinks zal
de discussie gevoerd moeten worden. Zo zal de EU scherper op haar economische beleid
en haar internationale politiek bekritiseerd moeten worden. Op andere linkse thema’s,
zoals gezondheidszorg, onderwijs en de Noord-Zuid verhouding is het profiel van
GroenLinks langzaam maar zeker vervaagd. Hier zal een inhaalslag moeten worden gemaakt.
Het door velen als elitair ervaren imago van GroenLinks kan alleen veranderen als
de inhoud van de politiek, zoals hierboven beschreven, meer herkenbaar en oplossingsgericht
is, meer maatschappelijke feedback krijgt, en in vormgeving daar op aansluit.
Het imago zal ook verbeteren als mensen, waarvoor GroenLinks wil opkomen, worden
aangesproken op hun maatschappelijke positie, op hun problemen en hun ambities.
En wanneer GroenLinks samen mét hen politiek gaat maken, in plaats van alleen
vóór hen. Dat dwingt om in benadering, taal, middelen en emoties herkenbaar
te zijn. En dat dwingt weer tot toenadering en dialoog.
De partijcultuur zal moeten binden in plaats van uit te sluiten. Afwijkende meningen
moeten niet langer worden gebagatelliseerd. Discussies moeten weer plaats vinden
op momenten die er toe doen en de opmaat vormen tot besluitvorming. Werkgroepen
worden gestimuleerd en gefaciliteerd om kamerfracties en partijbestuur te voeden.
Het partijbestuur moet haar positie hernemen als leiding van de partij, stimuleert
politieke activiteiten en past haar samenstelling daar op aan. De partijorganisatie
zal zich meer dienstbaar moeten opstellen aan het actieve kader in de partij. Een
kader dat zeer divers is samengesteld met uiteenlopende interessen en vaardigheden
en dus zal er een gevarieerd aanbod van politieke activiteiten –van plakken tot
debatteren- geboden moeten worden. Banden met maatschappelijke bewegingen worden
aangehaald. En op congressen wordt meer tijd ingeruimd voor discussie en een serieuze
bespreking van kandidaten voor landelijke functies.
Samengevat: Tienpuntenplan
1. Er komt een partijbrede, open discussie over de sociaal-economische koers van
GroenLinks 2. Er komt een herijking van de wederzijdse afhankelijkheid van
groene en linkse opvattingen, waardoor GroenLinks de unieke eigenaar wordt van een
brede milieuagenda. 3. Er vindt een dóórontwikkeling plaats van
standpunten en activiteiten op voor GroenLinks belangrijke beleidsterreinen als
de Noord-Zuid verhouding, democratisering en kwaliteitsverbetering in zorg en onderwijs. 4. GroenLinks-voorstellen
moeten herkenbaar zijn voor de mensen om wie het gaat, zijn ontwikkeld in samenspraak
met deskundige partijleden en getoetst aan opvattingen die in maatschappelijke bewegingen
leven. 5. Een democratische debatcultuur gaat vooraf aan en is gericht op besluitvorming. 6. Vorming
en scholing van leden krijgt weer de prioriteit die het verdient. Niet alleen in
vaardigheden als debatteren en onderhandelen, maar ook in de geschiedenis, de bronnen
en het gedachtegoed van GroenLinks. 7. Het partijbestuur moet daadwerkelijk
weer het centrum van de partij worden. De grote lijn uitzetten, afdelingen inspireren,
een infrastructuur van kennis en actie onderhouden, de partij buiten het parlement
op de kaart zetten. Kennisdeling en best practices moeten leiden tot een waaier
van activiteiten met een grote GroenLinks-herkenbaarheid. Het landelijke partijbureau
wordt naar deze wensen ingericht. Er komen weer partijbestuurders met politieke
portefeuilles. 8. De website wordt het dynamische, interactieve, actie- en
servicegerichte visitekaartje van GroenLinks. 9. Het ledenbestand wordt beter
benut: voor deskundigheid, professionele hand- en spandiensten, acties, spraakmakende
opinies en scouting van kandidaten. 10. Het congres krijgt weer de positie
die het behoort te hebben: tijd voor voldoende discussie en een serieuze kandidaat-bespreking.
René Tenkink (r.tenkink@enschede.nl)
terug
|