Schrappen rijkssteun Twente/Enschede definitief

27-04-2007

Twente en Enschede kunnen financiële rijkssteun voor grote bedrijfsinvesteringen vergeten. De Tweede Kamer steunt het voorstel van de regering om onze streek en stad van de Europese steunkaart te halen. Dat bleek woensdag 25 april jl. tijdens een spoeddebat in de kamercommissie economische zaken dat was aangevraagd door GroenLinks.

Kamerlid Kees Vendrik en raadslid René Tenkink (beiden GroenLinks) hebben geknokt voor de werkgelegenheidsbelangen voor Twente en Enschede, maar de kamermeerderheid bleek niet gevoelig genoeg voor hun pleidooien voor extra financiële hulp.
Minister Maria van der Hoeven (EZ) beantwoordde vlak voor het begin van de commissievergadering de vragen van Vendrik. Dat vormde de basis voor de discussie. Vreemd genoeg krabbelden vooral CDA en PvdA terug van hun eerder uitgesproken steun voor Twente. Daardoor kwam GroenLinks vrijwel alleen te staan.
Kernargument van de minister voor het van de steunkaart vegen van Twente/Enschede is het feit dat in de periode 2000-2006 geen financiële rijksbijdragen zijn toegekend aan grotere bedrijven. Zij verwacht ook niet dat het in de komende 5 jaar anders zal worden.
Een typische redenering. Juist bij de grotere ondernemingen in onze streek zijn tijdens de economische recessie (die maar net voorbij is) veel mensen ontslagen. Denk eens aan sluitingen en afslankingsoperaties van Ericsson, Polaroid, vliegbasis Twenthe, Hartman, Akzo. Dan is het ook niet zo vreemd dat er minder steunaanvragen werden ingediend bij het kabinet. De verwachting is dat deze rijkssteun op dit moment juist wel nodig is omdat er allerlei economische- en werkgelegenheidsplannen voor Twente/Enschede in de maak zijn. En nu laten regering en Tweede Kamer het afweten. Erg teleurstellend.
Een kleine pleister op de wonde is dat Twente/Enschede wel een beroep kan doen op andere steunregelingen, zoals die voor het midden- en kleinbedrijf, voor investeringen in onderzoek, ontwikkeling, innovatie en milieu. Dat is tenminste nog iets.
GroenLinks vindt dat we alles op alles moeten blijven zetten om op die gebieden zoveel mogelijk binnen te slepen. Dat is hard nodig voor uitbreiding van de werkgelegenheid.
Op 20 juni komt minister Van der Hoeven naar Twente/Enschede om te praten over de sociaaleconomische problemen. GroenLinks eist dat zij dan met harde toezeggingen voor steun komt. Ze heeft nog wat goed te maken.

René Tenkink (r.tenkink@enschede.nl)

De antwoorden van minister Maria van der Hoeven op de vragen van GroenLinks-kamerlid Kees Vendrik:

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen die zijn gesteld door de vaste commissie voor Economische Zaken over de voorgenomen stopzetting van regionale steun aan Twente d.d. 24 april 2007 (uw kenmerk: 07-EZ-B-019).

1.
In uw voorstel beschrijft u de keuzes die u heeft gemaakt inzake regionale maatregelen voor de periode 2007 – 2013. Eén van uw voorstellen is de regionale steun aan de regio Twente stop te zetten vanwege het feit dat daar in het verleden niet veel gebruik gemaakt is van regionale steunmaatregelen. Is dit de enige reden om regionale steun aan Twente stop te zetten? Bent u van mening dat het stopzetten van regionale steun aan Twente voldoende is onderbouwd?

Antwoord:
De steunkaart is bedoeld om het voor nationale en decentrale overheden mogelijk te maken om investeringssteun aan met name grote ondernemingen te verlenen. Mogelijkheden voor dit soort steun zijn begrensd. De Europese Commissie heeft bepaald dat de bevolkingsdekking op de Nederlandse steunkaart voor de periode na 2008 maximaal 7,5% mag bedragen. Bij de vorige steunkaart bedroeg dit nog 15%. Voor het vaststellen van de steunkaart heb ik dus scherpe keuzes moeten maken. Overigens kunnen overheden op grond van andere steunkaders nog wel steun verlenen, zoals steun voor het MKB, steun voor investeringen in onderzoek, ontwikkeling en innovatie en milieu.
Bij het afwegen van de alternatieven voor de steunkaart heb ik niet gekozen voor Twente. Belangrijk voor mij was dat er in de periode 2000 – 2006 geen enkel bedrijf is geweest dat subsidie uit hoofde van het BSRI toegezegd heeft gekregen. Wel is door één bedrijf meerdere malen subsidie aangevraagd, maar dit is afgewezen op grond van de financiële haalbaarheid van het project.
Uit ervaring is gebleken dat juist in Noord Nederland en Zuid Limburg de mogelijkheden binnen het regionale steunkader optimaal zijn benut. Op basis van inschattingen van mijn Ministerie verwacht ik in deze regio’s ook in de toekomst investeringen van enige omvang. Daarom heb ik voor deze alternatieven gekozen.
De onderbouwing voor het voorstel van de steunkaart acht ik voldoende. De steunkaart richt zich op grensregio’s waarbij het level playing field behouden moet blijven en waar investeringen van enige omvang te verwachten zijn.

2.
In uw voorstel refereert u aan de motie Snijder – Hazelhoff, die met algemene stemmen door de Kamer is aangenomen. Het besluit tot stopzetten van de regionale steun aan de regio Twente lijkt strijdig te zijn met hetgeen in de motie wordt gevraagd. Wat is de mening van de Minister hierover?

Antwoord:
In de motie Snijder – Hazelhoff wordt aangegeven dat het BSRI een effectief instrument is gebleken in het aantrekken van nieuwe bedrijven en dat vooral in de grensregio’s goede resultaten zijn geboekt met het toekennen van subsidie voor nieuwe vestigende bedrijven.
In Twente is er in de periode 2000 – 2006 geen enkele BSRI-subsidie toegekend. Hieruit leid ik af dat het instrument in Twente geen effectief instrument voor nieuwe bedrijven is. Succesvolle regio’s zijn Zuid Limburg, Overig Groningen en Zuidoost Drenthe.
Het voorstel voor de steunkaart is naar mijn mening dus niet in strijd met de motie Snijder – Hazelhoff.

3.
Kunt u aangeven voor welke projecten in de regio Twente beroep is gedaan op regionale steun? Kunt u aangeven wat de gevolgen van het stopzetten van regionale steun aan de regio Twente zijn voor reeds in gang gezette en aangevraagde projecten?

Antwoord:
Voor de periode 2000 – 2006 is geen subsidie toegekend voor nieuwe vestigingen in de regio Twente. Er is wel één bedrijf dat meerdere malen een aanvraag heeft ingediend, maar die zijn niet gehonoreerd (zie vraag 1).

terug