Wel of geen fascist is niet de vraag

26-11-2010

Kort geleden werd ik op het Ei van Ko aangesproken door mijn oude buurman. Een vriendelijke en ernstige man, die in de oorlog in Joegoslavië veel heeft meegemaakt. Hij vroeg me of ik nog steeds actief ben in de politiek en wilde mij waarschuwen. Hij maakte zich ernstige zorgen over Nederland; de sfeer onder de mensen, de crisis en de opkomst van de PVV. Hij herkende het precies van zijn tijd in het voormalig Joegoslavië, de periode in aanloop naar de vreselijke oorlog daar.

Hier moest ik aan denken, toen ik in de Volkskrant de discussie las over Geert Wilders en of hij nu wel of niet een fascist genoemd mag worden. Vandaag weer bij monde van CDA- Kamerlid Biskop, maar eerder vestigde de heer Riemen de aandacht hierop. Hij werd direct tegen gesproken: fascisme is gewelddadig, dat is in Nederland niet aan de orde! En natuurlijk is het nog al wat om een term te gebruiken, waarbij iedereen direct denkt aan een tijd die niemand terug wil.

Maar is “wel of geen fascist” dan waar het om gaat als mensen zich onveilig en onzeker voelen over de toekomst en als ze een nieuwe partij opzoeken die daadkrachtig overkomt en die oude en veilige systemen wil bewaren? Veel PVV-stemmers vinden dat het met de anti-islam-boodschap van de PVV best minder kan. Zij worden aangesproken door een buitenbeentje als Wilders: iedereen lijkt tegen hem en toch gaat hij onverschrokken door, hij neemt stelling en zegt duidelijk wat ie ervan vindt. Mensen die hun vertrouwen in de toekomst, de politiek en elkaar verliezen, zijn vatbaar voor dit soort roergangers, de destructieve en racistische punten nemen ze dan op de koop toe en dat is wel degelijk gevaarlijk, getuige het verleden. Dat zelfs gevestigde partijen als CDA en VVD hiermee in zee gaan, zegt genoeg over het klimaat in Nederland en het feit dat ook een beroep op de intellectuele en culturele elite, zoals Riemen doet, niet zal helpen.

Wat horen wij van de intellectuele elite? De boodschap van eerlijk delen en een stevig vangnet kalft af en de culturele sector schreeuwt om geld. Terecht wijst Wagendorp in een column in dezelfde krant erop dat er ook gefluisterd had kunnen worden en dat de inzet van een reclamebureau om de zogenaamd creatievelingen te ondersteunen in hun lobby symptomatisch lijkt.

Eerder dan om beschaving, zou ik om bescheidenheid willen vragen. Niet van een sector of alleen de politici, maar van iedereen. Geen geschreeuw om eigen profilering, maar luisteren en geen angstvallig vasthouden aan eigen rechten, maar kijken hoe zaken beter verdeeld kunnen worden, geen aanwijzen van zogenaamde boosdoeners maar de echte problemen onder ogen zien en investeren in oplossingen. Niet zaniken dus over de definitie van fascisme en of een partijvoorman hier nu wel of niet aan voldoet, maar erkennen dat er grote problemen ten grondslag liggen aan de vatbaarheid voor zijn boodschap. De intellectuele elite en zeker de politiek moet hierin voorop lopen in plaats van mee- of elkaar te overschreeuwen.

Mariska van Heijster

terug